Kinderen van armlastige ouders maken eerder kans om in een sociaal isolement te raken, rapporteert het Sociaal en Cultureel Planbureau. Onderzoekster Annette Roest streeft naar meer sociale participatie van arme kinderen.
Nog altijd in kleren van drie jaar geleden lopen en je nooit eens een vakantie kunnen veroorloven, of in een onveilige buurt wonen en het lidmaatschapsgeld van de lokale voetbalvereniging niet kunnen ophoesten. Een kind dat in zo’n situatie leeft, zit in een sociaal isolement, stelt Annette Roest. Als wetenschappelijk medewerkster voor het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht zij de sociale uitsluiting van kinderen.
Rijkeluiskind
,,De overheid steekt in op armoedebestrijding”, vertelt Roest. ,,Daarmee spreken we de grootste doelgroep aan. Er zijn ook psychologische klachten, zoals extreme verlegenheid. Zo is een rijkeluiskind dat nooit vriendjes over de vloer krijgt ook deels sociaal geïsoleerd. We hebben het ministerie van Sociale Zaken en de gemeenten geadviseerd het breder te trekken dan armoede, om ook naar sociale contacten te kijken, maar daar liggen niet onze prioriteiten.”
Hoewel het pleintje de bakermat van bijna alle topvoetballers is, vindt Roest dat ieder kind bij een sportvereniging terecht moet kunnen. ,,Daar komen ze in contact met kinderen uit andere wijken en leren ze met bepaalde regels om te gaan. Elk kind zou ook ieder jaar zijn verjaardag moeten kunnen vieren. Maar wie zegt dat ouders geen pakje shag halen van het geld dat we hen voor hun kinderen zouden geven? Dat is lastig te controleren.”
Loyaliteit
Voorbeeld doet volgen. Ouders die zelf nauwelijks de deur uitgaan en weinig kennissen hebben, dragen die leefwijze over op hun kinderen, concludeert Rieneke Klok, preventiemedewerkster bij OptiMent, onderdeel van de organisatie voor geestelijke gezondheidszorg Eleos. ,,Ook door onvoorwaardelijke loyaliteit richting hun ouders kunnen kinderen in een isolement komen. Als ouders werkloos zijn of een drankprobleem hebben, schamen die kinderen zich daarvoor en trekken ze zich terug. Zo nemen ze hun ouders in bescherming.”
Dat in het onderzoek psychologische problemen een ondergeschoven kindje is, vindt Klok jammer. ,,Kinderen kunnen onderling keihard zijn”, reageert ze. ,,Ze weten elkaars zwakke plekken feilloos te vinden. Zit iemands vader zonder werk, dan is hij een makkelijk slachtoffer op school. Gepeste kinderen moeten dan een extra drempel nemen om nieuwe vrienden te maken. Ook pestgedrag valt dus niet te onderschatten als het om sociale uitsluiting gaat.”
Verder hebben onveilige buurten een remmende factor op sociale activiteiten van kinderen. Klok: ,,Als je in een ‘mindere’ straat in Rotterdam-Zuid woont, snap ik het dat je als moeder ‘s avonds zegt: ‘Blijf maar lekker binnen.’ Maar het kunnen ook overbezorgde moeders zijn die gelijk het ergste vrezen als hun kind buiten speelt.”
Geouwehoer van uwe zelf